22 september 2022

Bijbelvast Rijssen werd schatrijk door jutezakken, transport, bouw en matscultuur

Bijbelvast Rijssen werd schatrijk door jutezakken, transport, bouw en matscultuur

Frank Gersdorf 25 aug 2022
Financieel Dagblad

Het kleine Rijssen bruist van ondernemerschap. De naam van het Twentse stadje is verbonden met grote bouwbedrijven en transporteurs die in heel Nederland actief zijn. ‘Wat Rijssen zo uniek maakt, is het noeste arbeidsethos.’ Deel 1 van een serie over ondernemende dorpen en stadjes in de provincie.

Lees het volledige artikel: https://fd.nl/economie/1445959/bijbelvast-rijssen-werd-schatrijk-door-jutezakken-transport-bouw-en-matscultuur?utm_medium=social&utm_source=facebook&utm_campaign=earned&utm_content=20220827&fbclid=IwAR3kwRKVVhg1ckpTIhjhDUl0itplJg7jgGp-igmQXzct6cUOhr5QQmK2QE8

 

In het kort
-Rijssen is een ondernemend stadje, met uitzonderlijk veel Quote 500-rijken
-Veel Rijssenaren zijn streng gelovig, dit verklaart voor een deel de zakelijke successen.
-Opvallend zijn het noeste arbeidsethos, de bereidheid tot samenwerken en de sterke gemeenschapszin.
-Vroeger was Rijssen een baksteen- en jutecentrum, nu een bouw- en transportstad.

 

Overal in Nederland zijn er in juni haringparty’s, maar die in Rijssen is een bijzondere. Nergens zijn de donaties voor goede doelen groter dan in het Twentse stadje met 29.000 inwoners. Dit jaar brachten ondernemers uit Rijssen en de buurdorpen Holten en Enter €164.500 bij elkaar. Dat is veel meer dan de €115.400 van de party’s in Enschede, Hengelo en Almelo bij elkaar.

‘Rijssen stijgt er altijd met stip bovenuit’, zegt Jan Bakker, een 75-jarige oud-voorzitter van de Kring Werkgevers Rijssen (KWR). ‘Iedereen doet wat geld in de pot.’

Oude Hollandse meesters

Bakker wandelt door de Oosterhof, een havezate waarvan de tuin in juni het decor van het haringfeestje was. Hij is ook voorzitter van het Rijssens Museum, dat is ondergebracht in de hoeve. Dit museum is volgens Bakker een van de rijkste van de provincie, met een grote collectie oude Hollandse meesters en Delfts aardewerk.

Ook deze culturele weelde was er niet als Rijssen geen ondernemende stad was. Een mede-eigenaar van de jutefabriek van Ter Horst liet zijn kolossale kunstverzameling in de jaren vijftig na aan de Rijssense gemeenschap. Die collectie was toen al miljoenen waard.

De familie Ter Horst, schatrijk geworden met de fabricage van jutezakken voor koffiebonen uit Indië, had een halve eeuw eerder al voor het personeel een statig ontspanningscentrum laten bouwen, het Parkgebouw, en een stadspark, het Volkspark. Beide werden later geschonken aan de Rijssense gemeenschap. Ze zijn tegenwoordig rijksmonumenten.

Quote 500

Er is geen ander stadje in Nederland waar ondernemen zo op de voorgrond staat en waar ondernemers zo de boventoon voeren. Dat blijkt ook uit andere feiten. Negen rijken uit de Quote 500-lijst wonen in de gemeente Rijssen-Holten en vijf FD Gazellen kwamen vorig jaar uit Rijssen.

In 2021 kreeg Rijssen-Holten voor de derde achtereenvolgende keer van MKB-Nederland het predicaat mkb-vriendelijkste gemeente. In de werkkamer van wethouder Bert Tijhof (CU) in het stadhuis hangen de drie blauwe plaatsnaamborden waarmee de lobbyvereniging de gemeente in het zonnetje zette, gekanteld aan de muur. ‘Ik had er anders geen plaats voor’, zegt Tijhof.

Wie door het stadje rijdt, kan het niet ontgaan dat er veel familieondernemingen zijn. Grote op de bedrijventerreinen aan de rand van de stad, maar ook kleintjes in het centrum, zoals de damesmodewinkel Voortman, die al bijna een eeuw het hoofd boven water houdt.

Grote bedrijven bevinden zich vooral in en om grote steden. Alle bedrijven? Nee. Nederland kent een paar opmerkelijk succesvolle ondernemende dorpen en stadjes in de provincie. Deel I Rijssen Deel II Varsseveld Deel III Emmeloord
Platte kathedraal
De grootste onderneming, langs de rivier de Regge, is VolkerWessels, met als buurman grootaandeelhouder Reggeborgh in een pand dat lijkt op een gigantische glasvezelkabel of een platte kathedraal. Maar er zijn veel meer grote bouwbedrijven, en de meeste werken net als VolkerWessels landelijk. Zoals Nieuwenhuis, Nijhuis, Akor, Ter Steege, Roosdom Tijhuis en Vastbouw.

‘Bij elkaar zijn het er wel twintig of meer’, zegt Hans ter Steege, dga van Ter Steege Bouw Vastgoed, tevens voorzitter van de KWR. Albert ten Brinke, de eigenaar van het bouwconcern Ten Brinke uit Varsseveld, is geboren in Enter, maar de miljardair woont in Rijssen.

De bouwnijverheid heeft Rijssen de naam ‘bouwstad’ opgeleverd. Automobilisten die de stad bezoeken, zien het vanzelf. Zij moeten op de Reggesingel drie keer om grote kunstwerken heenrijden, van hout, metaal en steen, metershoge objecten die de bouw verbeelden.

Maar Rijssen is meer dan een bouwstad. Er is een tweede bedrijfstak die het stadje domineert: de transportsector. Nijhof-Wassink is de grootste in deze branche, Pultrum is een andere bekende naam. Bij elkaar zijn het er ook zo’n twintig. Rijssen is niet alleen een bouwstad, maar ook een transportstad. Bouw en transport zijn ook aan elkaar gerelateerd. Materialen voor de bouw en bouwproducten moeten immers worden vervoerd.

Hanzestad

Hoe komt het kleine Rijssen aan die stevige dosis ondernemerschap? Wat maakt dat het Twentse stadje zich zo onderscheidt? Voor de transportsector is er een simpele verklaring: Rijssen ligt langs de snelweg naar Duitsland. Maar die strategische ligging is een deel van het antwoord. En de bloei van de bouwsector staat daar los van.

Er is meer aan de hand. Het is een bijzonder stadje. Al in 1243 kreeg Rijssen stadsrechten, ruim een kwart eeuw vóór Amsterdam. Gemeenteambtenaren vonden een paar jaar geleden in de Dom van Keulen het bewijs dat Rijssen ook een Hanzestad is. Een kleine zus van een veel belangrijkere Overijsselse Hanzestad, Deventer. Toch voelt het stadje nog steeds als een dorp.

Van belang voor de latere industriële ontwikkeling is dat er langs de Regge leem in de grond zit. Daarvan werden stenen gebakken. Op een gegeven moment waren er ruim tien steenfabriekjes in Rijssen en daarmee was de basis voor de bouwindustrie gelegd.

Een van de steenbakkers, Gerrit Hendrik ter Horst, begon met het vele geld dat hij had verdiend met de aanleg van een baksteenweg een linnenweverij. Zijn zoons stapten in 1850 over op het weven van jute voor de koloniale handel en daarmee brak een nieuw tijdperk aan: Rijssen werd een jutestad.

De Koninklijke Jutespinnerij en -weverij ter Horst maakte een enorme bloei door, maar ging ook, net als de overige textielindustrie in Twente, door zware crises. In 2003 viel het doek. De teloorgang, die zich in stappen voltrok, was het startschot voor nieuwe bedrijvigheid, vaak in de bouw.

Stakingsleider

Ter Steege is een van de bouwbedrijven die voortgekomen zijn uit de textiel. De overgrootvader van de huidige directeur was een leider van de grote staking die Ter Horst in 1906 en 1907 een halfjaar in haar greep hield. ‘Toen de stakingen over waren, was zijn baan ook over. Zo ging dat in die tijd’, zegt Ter Steege.

‘Hij moest wat anders gaan doen en begon een kleine timmerfabriek. Mijn opa heeft het bouwbedrijf groot gemaakt en mijn vader heeft de slag gemaakt van aannemer naar ondernemer.’ Zijn vader diversifieerde in de handel, met een aantal Gamma’s en Bouwmaten, en in de industrie, met de overname van Reginox, een bedrijf dat roestvrijstalen spoelbakken in Rijssen maakt.

Hans, zijn zussen en een broer hebben het familiebedrijf in 2007 opgedeeld. De drie bedrijven die daaruit zijn voortgekomen, hebben samen 700 mensen op de loonlijst staan. De jaaromzet bedraagt €350 mln.

Orthodox reformatorisch

Veel bedrijven in Rijssen hebben een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis, maar daarmee is niet alles gezegd over hoe het kan dat er zo veel bloeiende bedrijven zijn. Ondernemerschap is de basis en wordt doorgegeven van generatie op generatie, zeggen Rijssense ondernemers. Maar de echte toverwoorden zijn arbeidsethos, samenwerking en gemeenschapszin.

Die drie begrippen zitten ingebakken in de Rijssense cultuur. Ze zijn deel van het DNA van ons stadje, zeggen Rijssenaars. ‘Het zit er gewoon vanuit je opvoeding in’, stelt wethouder Tijhof.

Die opvoeding is vaak orthodox reformatorisch, maar lang niet altijd. Niet alle inwoners van het stadje, dat omgeven was door veengebieden en daardoor geïsoleerd lag, zijn gelovig, en er is ook een grote katholieke gemeenschap. Maar het calvinisme drukt wel zijn stempel op alles. Zo zijn er ‘meer kerken dan cafés’ en de winkels blijven op zondag dicht. ‘We noemen onszelf wel het oostelijkste puntje van de Biblebelt’, zegt Tijhof.

Bijbelvaste Rijssenaars krijgen arbeidsethos, naastenliefde en saamhorigheid er met de paplepel ingegoten, anderen zuigen die begrippen in hun jonge jaren op. Het zwaartepunt ligt bij allen bij het harde werken. ‘Wat Rijssen zo uniek maakt, is het noeste arbeidsethos’, zegt Ter Steege. Redenerend vanuit het geloof is het de gedachte, aldus de bouwondernemer, ‘dat je bepaalde talenten hebt gekregen en dat je die maximaal moet inzetten.’

Ontspanningscentrum Het Parkgebouw in het Volkspark in Rijssen, ooit gefinancierd door de vermogende jutezakkenfabrikant Ter Horst.
Voor anderen is het uitgangspunt dat je zelf je brood moet verdienen. Bakker: ‘Mijn vader zei altijd: “Als je wat wilt kopen, moet je het zelf kunnen betalen.” Dus je moet werken.’ Jelle Smeijers, een 29-jarige Rijssense IT-ondernemer: ‘Mijn oma zei: “Je kunt een euro maar één keer uitgeven.” Dat blijft in je hoofd.’

Nette tuintjes

Robbin Breukink, een jonge ondernemer in Rijssen die in 2013 Bim4all oprichtte voor dienstverlening aan bouwondernemingen die digitaliseren, bevestigt dit. ‘We worden gestimuleerd om hard te werken. Zes dagen gaat het hier volop door, op zondag ligt alles stil. Ik voel mij daar prettig bij, vanuit mijn geloofsovertuiging. Maar we zijn ook gewoon een heel nijvere gemeenschap. Kijk naar buiten. Alles wordt goed onderhouden, de tuintjes liggen er netjes bij.’ Bij Bim4all werken zeventig mensen en het bedrijf zegt marktleider te zijn in de Benelux.

Samenwerking en gemeenschapszin dragen ook bij aan het succes. De pragmatische gedachte erachter is: samen kom je verder, alleen red je het niet. Het stadje kent een bloeiend verenigingsleven, waaronder een krachtige ondernemersclub, de KWR. Die slaat de handen ineen met de lokale overheid en het onderwijs. Een resultaat van deze verbintenis van de ‘drie o’s’ is Kampus, een instituut waar vakopleidingen worden gegeven in afstemming met en met medewerking van de lokale werkgevers. In het nieuwe schooljaar zijn er 600 studenten.

Jaloers

‘Het voordeel is dat je heel dicht tegen de praktijk aanzit’, zegt Ter Steege, wiens bouwbedrijf net een verdubbeling van het opleidingscentrum heeft opgeleverd. ‘Er wordt in den lande met jaloersheid naar ons gekeken. Geregeld komen er bussen met bestuurders die willen weten hoe wij dat geregeld hebben.’

Ondernemers werken niet alleen veel samen, ze helpen elkaar ook. ‘En dat is niet om er zelf beter van te worden,’ benadrukt wethouder Tijhof, ‘maar vanuit naastenliefde in de christelijke optiek en vanuit Twents noaberschap. Je zorgt ervoor dat degenen die minder goed kunnen meekomen ook meedoen. Met het doel om de gemeenschap als geheel sterker te maken.’

Ondernemers helpen elkaar door het gunnen van opdrachten, door samen op te trekken en door informatie te delen. ‘In de crisisjaren is er in Rijssen geen enkele bouwonderneming failliet gegaan. In de rest van het land vielen ze met bosjes om, maar hier niet’, aldus de wethouder.

Directeur Smeijers van softwarebedrijf Code14, een FD Gazelle met 35 werknemers: ‘Je helpt elkaar als dat nodig is. Dat typeert Rijssen. Mijn vader zit in de bouw en als hij op het hoogtepunt van de bouwcrisis in 2011 of 2012 niet sommige klanten had kunnen behouden, was zijn bedrijf omgevallen. Dat doe je alleen als je elkaar voort wilt helpen.’

Matsi de koe

Oud-KWR-voorzitter Bakker verzon in het lokale dialect een pakkende uitdrukking voor de Rijssense solidariteit: Mats ie mie? Mats ik oe! De wethouders waren er zo dol op, dat ‘matsi de koe’ de mascotte van Rijssen-Holten werd. Maar op de werkkamer van Tijhof is geen knuffeldier te bekennen. ‘Op een gegeven moment is het niet langer leuk’, zegt de wethouder.

De koe is overgedragen aan matsi.nl, waar onderwijs, bedrijven en overheid samen jong ondernemerschap stimuleren. De Hema aan de Haarstraat werd zo een week lang gerund door studenten om werkervaring op te doen. Tijhof: ‘Zo ontstaat er nieuw ondernemerschap.’