RIJSSEN – Het dak van de nieuwe treinenloods aan de Arend Baanstraat is dicht, op een klein stukje aan de voorkant na. Voorzitter Gerrit Averesch en zijn vrijwilligers zijn er al geruime tijd mee bezig geweest. Bij nadering van de stijlvolle locomotiefstalling liggen her den der materialen, maar dat komt om er nog volop gewerkt wordt. Het publiek dat met het leemsmalspoor mee kan rijden, wordt aan de Markeloseweg verderop ontvangen.
Stoom
Het dak van de nieuwe treinenloods werd afgelopen weekend dicht gemaakt. De nok heeft in het midden een verhoogd gedeelte dat nu aan weerszijden afgesloten is met ramen. “Normaal gesproken blijft dat open, zodat de stoom en andere gassen daardoor kunnen ontsnappen,” zegt Averesch. Hij heeft een groot deel van de bouwwerkzaamheden zelf gedaan. Dat relativeert hij meteen, “want zonder onze vrijwilligers kunnen we zoiets niet maken. Het is heel mooi als je een muur kunt metselen, maar daar ben je er niet mee. Je hebt ook een steiger nodig, anders wordt het niet wat. En ga zo maar door. Gelukkig hebben wij daar onze vrijwilligers voor en daar kun je niet zonder. Wat er nu staat hebben we met ons allen gedaan.”
Industriële geschiedenis
Naast alle bouwwerkzaamheden is er ook nog het technisch onderhoud van het rijdend materieel en op ingeplande dagen wordt ook volop gereden. Het Rijssens Leemspoor is een populaire toeristische attractie. Niet alleen de locomotieven met de wagons zijn een rit door het bos waard, maar ook de geschiedenis van het smalspoor én de achtergronden van de Rijssense baksteenindustrie, waaruit het Rijssens Leemspoor is ontstaan, komen aan de orde. Kinderen én volwassenen komen zodoende op een speelse manier, in het echt, in aanraking met een interessante periode uit de industriële geschiedenis.
Traverse
De nieuwe loods zal gebruikt worden om er materieel in te stallen dat niet elke week gebruikt wordt, maar dat toch een droge plek nodig heeft. Rechts voor de loods is een draaischijf in aanbouw. “Maar de treinen zetten we in de loods met een zogenaamde traverse,” legt Averesch uit. Hij tekent het voor. “In de loods liggen zes sporen naast elkaar. Vóór de loods wordt een verdiepte sleuf van zes meter breed gegraven over de volle breedte van de loods. Daarover komt een soort brug te liggen met rails erop die je heen en weer kunt schuiven. Op die manier kun je de treinen voor het juiste spoor schuiven en naar binnen rijden. Dat is sneller gezegd dan gedaan, maar dat geldt voor alles wat we hier met onze mensen doen. Velen hebben overdag gewoon hun werk en dan blijven er niet altijd zeeën van tijd over om hier te zijn.”
Stoomwals
Op het terrein tussen de nieuwe loods en de voormalige blokhut van Scouting Niej Begin staat een kolossale antieke stoomwals. “Een mooie blikvanger van ruim 100 jaar oud. Hebben we in langdurige bruikleen en past hier goed, omdat het werken met stoom ook bij het leemspoor hoort.” Achter de blokhut staat een volledig gerestaureerde excavateur waarmee vroeger de leem uit de leemkuilen werd gegraven.
Maquette
De blokhut zelf is ook onderdeel van het grote plan. “Als je tijdens de wintermaanden niet buiten kunt zijn, dan werken we binnen verder,” legt Averesch uit. In de voor expositie bestemde ruimte staat al een nieuw onderstel waarop een smalspoormaquette komt, zodat je die op een comfortabele manier kunt bekijken. Verder komt er een filmzaaltje. “Er is nog heel wat te doen,” zegt Averesch, “maar met een vrijwilligersorganisatie kun je geen termijnen noemen waarbinnen iets af moet zijn. Je bent afhankelijk van je vrijwilligers en die moeten – net als ik – ook soms andere werk doen in de persoonlijke en huiselijke sfeer en dat gaat natuurlijk voor. Ik krijg vaak de vraag wanneer alles klaar is. Dan zeg ik: na het weekend. Maar ik noem er geen datum bij,” knipoogt hij.




